banner kate

banner kate

Woorden

over leven

links levensverhalen

Reli-spam

Met wie zou jij je eten willen delen in deze 40-dagentijd? vroeg de Bijbel App gisteren na het voorlezen van het verhaal over het optreden van Johannes de Doper. Op aangeven van wat religieuze spam in mijn mailbox had ik voor de grap eens zo’n App geïnstalleerd op mijn telefoon. Voor de grap? Of misschien vaag nog in het kader van mijn weg naar mijn hart, naar aanleiding van dat boek op mijn nachtkastje “The power of the heart” (zie vorige blog)?

Anyway, gisteren kwam de eerste 'alert' op de eerste dag van de 40-dagentijd met die beladen vraag. Tja, het is voor de hand liggend om je dan af te vragen of je gelijk allerlei zwervers aan tafel moet nodigen, een schrikbeeld voor veel welvarende christenen. Terwijl je dat natuurlijk op allerlei creatieve manieren kunt inkleden. Ik zou bijvoorbeeld koffie kunnen gaan drinken in het buurthuis van Inspiratie Inc, waar ik lang heb gewerkt, en ingrediënten meenemen. Bekend, gezellig en gemakkelijk.

Toch voel ik dat ik het niet ga doen. Ik heb momenteel al moeite genoeg om me staande te houden tussen alles wat er op me af komt, laat staan dat ik energie en tijd kan vrij maken voor dat soort acties. Het kost me bijvoorbeeld moeite om waarlijk warm contact te maken met zoontje Tim en echtgenoot Alexander tussen alle zorg voor de kwakkelende oma’s, mijn werkopdrachten, Tims opvoeding en het huishouden door.

Daarom vroeg ik Tim of hij het leuk zou vinden om vanmiddag, mamamiddag, samen voor papa een Valentijnsdiner te maken. Gelijk begon Tim te fantaseren:
“Ja, dan maak ik papieren hartjes voor op dat rode tafelkleed, mama. En de rode kandelaars.”
“Heel goed, ik heb nog wat gerookte zalm in de vriezer liggen, die kan ik met plakjes ei, paprika en komkommer versieren als voorgerecht.”
“Dan snijd ik alles in de vorm van hartjes, mama!”
“Goed. En dan rijst met kippendijfilet in ketjapsaus en roergebakken bloemkool?”
“Ja, alles in de vorm van hartjes, mama!”
“En Zwanenmeermuziek op, mama, dat gaat over liefde”
“Ha, ha, is goed, Tim. Even papa appen dat hij een beetje bij tijds thuis komt.”

En zo geschiedde en genoten wij weer eens als warm, hecht gezin samen aan een chique gedekte tafel met rood tafelkleed met gekleurde papieren hartjes, de rode kandelaars en Zwanenmeermuziek op de achtergrond. Die reli-spam toch…

valentijnsdiner

De kracht van het hart

“Nee, mama, ik wil niet meer naar de kerk, God bestaat niet!”
“Denk jij dat echt? Waarom denk je dat?”
“Dat zeggen alle kindjes op school!”
“O, maar die weten niet wat jij hebt gevoeld: als jij energie door je armen laat stromen en het uitstraalt naar een pijnlijke plek, dan weet je dat de pijn minder wordt, dat zo’n plek sneller geneest. Waarom werkt het? Misschien wel omdat je die energie langs je hart laat stromen en het zo vult met Liefde. Maar waar komt die energie vandaan? Zou het kunnen dat die energie God is? God die Liefde is, God die in ons hartje woont, waar we contact mee maken zodra we naar ons hartje luisteren?”
Stilte.

“Soms is het niet zo belangrijk om te beslissen of God wel of niet bestaat. Wat wel belangrijk is, is dat je doet wat goed voelt vanuit je hartje. En als jij het gezellig vindt om met de kinderen van de kerk samen zo’n jongerendienst in elkaar te zetten, liedjes of een verhaal te kiezen, daar een spel of kunstwerk bij te maken, dan doe je dat. Zeg maar tegen de kindjes op school dat het niet uitmaakt of God bestaat of niet, maar dat jouw hartje dat gewoon leuk vindt.”
Stilte.

Dit gesprek voerde ik vorige week met mijn zoontje van 9. En gisteravond sloeg ik een boek open dat al lang ongelezen op mijn nachtkastje lag: "The power of the heart" van Baptiste de Pape. Baptiste de Pape? Dat betekent ‘doper van de paus’? Dat is nogal wat om jezelf zo’n naam aan te meten: een boodschap op zichzelf. Op internet vraagt niemand zich af of het zijn echte naam is of een pseudoniem met een boodschap. Of allebei? Laat ik het voor nu ook maar even rusten.

Het idee is niet nieuw: leven vanuit je hart. En het komt voor in veel culturen, religies en filosofische denkrichtingen, zoals Baptiste ook laat zien met talloze citaten. Alleen, toegegeven, we doen het te weinig. Terwijl iedereen het zou willen of op zijn minst beaamt dat het goed zou zijn om te doen. Waarom? Omdat we ons steeds weer laten verleiden door de waan van de dag en al dan niet ingebeelde verwachtingen van anderen. Ik neem me heilig voor om de komende dagen, weken in het boek van Baptiste te gaan lezen hoe ik meer vanuit mijn hart kan gaan leven.

Eigenlijk weet ik dat waarschijnlijk al wel en ben ik al heel lang met het thema bezig. Zo’n beetje sinds mijn studentenpastor Tejo van der Meulen tegen mij zei: “Streep al die woordjes ‘God’ of ‘eeuwige’ of ‘heer’ nu eens door in je Bijbeltekst en vervang ze eens door het woordje ‘Liefde’ (met een hoofdletter). En lees de tekst dan eens opnieuw. Wat staat er dan?” Dat was voor mij een eyeopener die ik nog altijd naleef. Bovenstaand gesprekje met mijn zoontje getuigt ervan.

Maar ik raak er ook even zo vaak weer van verwijderd. En dan raak ik weer verstrikt in zaken die niet goed voor me zijn. Hoe goed voor de wereld deze zaken op zichzelf ook zijn, voor míj zijn ze niet de weg die ik moet bewandelen. Ze zuigen me leeg in plaats van dat ze me energie zouden moeten geven.

Want die les heb ik intussen ook geleerd: als ik de dingen doe die mijn hart me ingeeft, krijg ik daar energie van, ongeacht hoeveel energie ik er ook instop. Misschien wordt ik er fysiek moe van, maar niet mentaal. Dat merk ik heel duidelijk wanneer ik zieke vrienden of vrienden met pijn een Quantum Balance-behandeling geef: dan geef ik ze ongelooflijk veel energie, maar na afloop voel ik me ook gevuld met energie, het stroomt. Dat voel ik ook als ik workshop geef over ‘Schrijven over je Leven’ of wanneer ik mensen één op één begeleid bij het schrijven van hun levensverhaal: daar word ik helemaal blij van, hoe moeilijk het verhaal of het proces soms ook is.

Zo moge het zijn. Ik kijk met blijde verwachting uit naar de rest van het boek van Baptiste en de weg die ik gaan zal. Wat gaat dit met mijn levensverhaal doen en met dat van de mensen om mij heen? Wordt vervolgd.

Power of the heart

Orde en chaos

Mijn huis vindt menig vriendin een rommelbak. Ik ook, maar ik ben er gelukkig.

Mijn moeder was een peutertje toen ze van Jappenkamp naar Jappenkamp moest verhuizen. Op zo’n moment begonnen alle gevangenen door het vrouwenkamp te rennen op zoek naar hun kinderen, hun spullen en de vrachtwagens waar ze in moesten klimmen. Het stof dwarrelde rond tussen al die benen, brullende kinderen en pardoes op de grond vallende spullen en etenswaren. Alleen wat je zelf kon dragen, mocht mee en de rest was je voor altijd kwijt. Mijn moeder leerde heel rap om al haar spulletjes zo geordend te bewaren, dat ze in no time haar koffertje gepakt had en klaar kon staan voor vertrek zonder iets te vergeten.

Zo gaat ze nog steeds op vakantie: alle spulletjes hebben al jaren hun vaste plek in de auto en in de tent en zijn altijd 'inpakklaar': de koffer met schone kleren ligt in de voortent direct naast de binnentent, daarnaast de vuile waszak, daarnaast de krat met kookspullen en daarnaast de box met voorraad. Toen ik eens behulpzaam wilde helpen met inpakken, dwarrelde het stof op achter mijn moeders aan dribbelende voeten, volgen de door mij ingepakte spullen de auto weer uit en lag alles in no time weer op zijn vertrouwde, jaarlijkse plekje. Ik hield dan wijselijk mijn mond.

Jullie snappen hoe mijn kamertje er volgens mijn moeder geacht werd uit te zien toen ik klein was. Alle boekjes keurig op alfabet in de boekenkast, mijn kleren op houten hangertjes in de klerenkast en alle pennen en kleurpotloden in de laatjes van mijn bureautje. Mijn moeders priemende ogen leerden mij van meet af aan nooit iets na gebruik zomaar ergens neer te leggen, maar altijd gelijk neer te leggen waar het hoorde.

En dan snappen jullie ook dat mijn eigen huis nu een gezellige, rommelbak is, waar je continu struikelt over het speelgoed van mijn zoontje, waar ik altijd op zoek ben naar mijn papieren, waar je op zolder niet meer bij de vriezer kunt, omdat de kampeerspullen al maandenlang niet zijn opgeruimd. Dit uiteraard af en toe tot ergernis van mijn Hollandse echtgenoot. En wanneer mijn moeder op bezoek komt? Die houdt dan wijselijk haar mond.

Maar, als ik ’s zomers met man en kind kampeer, staat onze koffer met schone kleren in de voortent direct naast de binnentent, daarnaast de vuile waszak, daarnaast de krat met kookspullen en daarnaast de box met voorraad. Want stel je voor dat er noodweer komt en alles hals over kop de auto in moet…

kamperen met mijn moeder en een vriendinnetje

Achter het kedek

Ik vind iets dat mijn hartje sneller doet kloppen. Toeval bestaat niet. De 40-dagentijd vóór Pasen is van oudsher een periode van ruimte creëren voor bezinning. Ik besteed dit keer veel tijd aan het opruimen van mijn kantoor en computer, wat ik jaren lang van te hard werken, heb verslonsd. Ik merk dat ik gelijktijdig mijn ziel opruim en zo ruimte creëer voor nieuwe dingen. En dan vallen ze zomaar op je pad.

Tussen paperassen uit 2012 tref ik een mij onbekend manuscript zonder auteursvermelding erop. “Probeersels categorieën” staat erop als titel. Ik blader erdoorheen om te zien of ik kan raden van wie het is en of ik er nog iets mee moet.

Bijna poëtisch proza van een man die als klein kind vlak na de Tweede Wereldoorlog uit Nederlands Indië naar Nederland repatrieert. Het doorbladeren verandert in lezen en voor ik het weet, heb ik het hele manuscript ademloos gelezen. Wat kan deze auteur indringend schrijven! Hij schildert een paar heel gestileerde beelden van dramatische kinderherinneringen.

“1947. Pap is in Indië, mamma in het ziekenhuis en ik woon bij oma. We gaan op bezoek bij mamma. Ze kan mij niet zien, omdat ze met gebogen hoofd staat te brullen. Ik bal mijn handen tot één vuist, moet ik er zo mee slaan of bidden? Van achter de deur van mijn kinderkooi, denk ik: ‘Als jij mij niet groet, zul je me ook niet pakken!’
Ik loop weg. Misschien geeft de zuster mij wèl een handje.”

Er volgen een paar ontmoetingen uit een meer recenter verleden waar hij moeite mee had. Maar die na die paar kinderherinneringen zó voorstelbaar zijn.

Ten slotte springt hij naar een ontmoeting in het heden met een dementerende, oudere broer. De twee hebben nooit met elkaar overweg gekund, maar anno 2010 snappen ze waarom in de stilte van de dementie. Blikken zeggen alles. Ze hebben zich beiden altijd verstopt achter hun ‘overlevingskedek’, het Jappenkamphek om hun oosterse hart dat hen als kind beschermde tegen al die moeilijke emoties van het kamp, getraumatiseerde ouders en repatriëring naar een hen onbekend, westers land.

“R. zei vroeger altijd dat mijn auto beter kon, mijn hypotheek voordeliger had gekund, dat ik te veel rookte. Nu kijken we elkaar aan. Ik zie achter zijn ogen een beek van warm water stromen. Door de kijkgaten in zijn kedek zie ik een ontluikende vraag naar medeleven. Voor het eerst zie ik een mooi mens, moe gestreden van het tegenhouden van alle gevoelens van vroeger.”

Wat zou ik de auteur graag zeggen: maak het boek af! We moeten er samen nog wat aan schaven, maar dit kan publicabel worden of ten minste extreem waardevol voor u en uw familie!

Helaas laat mijn geheugen mij in de steek en kan ik niet meer raden wie de auteur is. Wie biedt?

gedek Bankinang

Bron: Zonsopgang & -ondergang in Padang en BAngkinang, Gedenkboek 1942-1945