Over de ware liefde
Achteraf gezien weet ik het zeker. Ik heb de ware liefde in mijn leven gekend. Intens, verzengend, versmeltend en symbiotisch. Ik heb het mogen ervaren en voel mij daarom een bevoorrecht mens.
Inge van der Vies
1/6/20262 min read


Een bevoorrecht mens
Net als in mijn debuutroman “Was dit het nu allemaal waard?” ,waarin ik terugblik op mijn weg naar het moederschap, kan ik dat nu ook uitstekend doen op mijn liefdesleven. Dat is het voordeel als er meer jaren achter je liggen dan voor je. Ik doe dat graag: nadenken.
Ik zie mij dan zitten, hoog op een berg met wijds uitzicht. Herinneringen opdiepen uit vervlogen tijden. Ze wegen, rangschikken op impact. Niet zozeer uit weemoed, maar om te duiden. Om dat wat geweest is van betekenis te voorzien.
Mijn leven heeft verschillende liefdesrelaties gekend. De ene succesvoller dan de ander. Soms bleef het steken in een langzaam uitdovende verliefdheid die nooit tot wasdom kwam. Een andere keer was er een gedeelde passie die werd verward met liefde voor elkaar.
Zoeken naar wat liefde was
Dat ik er niet meteen uitkwam wat liefde was, is achteraf gezien niet zo verwonderlijk. Van huis uit had ik op dat vlak weinig bagage meegekregen. Ik heb mijn ouders nooit kunnen betrappen op een blijk van warme genegenheid: een kus, een liefdevol gebaar, een blik van diepe connectie. Het was voor mij zoeken en tasten op compleet onbekend terrein.
Een glimlach of vriendelijk woord, een compliment over mijn uiterlijk, brachten mij al volledig van mijn stuk. En als iemand met mij naar bed wilde, dan was ik als jonge vrouw blijkbaar wel héél erg de moeite waard. Dan moest die persoon wel stapelverliefd op mij zijn. Pijnlijke en naïeve ervaringen, die mij vooral leerden wat liefde niet was.
De grote liefde
Toch kom ik, daar mijmerend op mijn hoge berg, tot de conclusie dat ik een bevoorrecht mens ben. Ik heb hem namelijk wel gekend: die ene grote liefde in mijn leven. Dat hij het was, wist ik al na een paar weken. Dat onwaarschijnlijke gevoel van thuiskomen. Het zeker weten elkaar al jaren te kennen.
Het was als twee tinten aquarelverf die langzaam en onherroepelijk in elkaar overliepen en zich vermengden tot een nieuwe, sprankelende, ondefinieerbare kleur. Als twee zielen die steeds dichter bij elkaar kwamen, om uiteindelijk samen te vallen tot een geheel. Een liefde die grenzen vervaagde, waarin niet meer voelbaar was waar de één begon en de ander eindigde. Die groter was dan de som der delen. Zo groots dat je wist: hier draait het leven om.
Waar het barstte
Maar in al dat moois schuilde ook een gevaar. Zo meeslepend als deze relatie was, zo verbijsterend was de ineenstorting van dit onverwoestbaar gewaande bouwwerk. Dat zoveel liefde, toewijding en verbondenheid toch een grens bleek te hebben, was voor mij ondenkbaar. Dat deze grootse liefde niet onvoorwaardelijk bleek te zijn, was ronduit verpletterend.
Zijn onbegrip en volharding, samen met mijn teleurstelling en groeiende rancune, kregen uiteindelijk het ondenkbare voor elkaar. Wat tien jaar lang als een solide thuis had bestaan, brokkelde langzaam maar zeker af.
Het loskomen uit deze symbiose was een lange en ongekend pijnlijke operatie. Je losscheuren van iemand met wie je zo bent vergroeid, is als amputeren zonder verdoving. Ik moest mijzelf tussen al die brokstukken weer hervinden, opnieuw uitvinden en herijken. Het herstel nam jaren in beslag en liet een blijvende impact achter.
Wat overbleef
Ik zit nog steeds op die hoge berg met dat weidse uitzicht. En terwijl ik mijn levenspad terug afloop, gebeurtenissen weeg en ze voorzie van gewicht en betekenis, weet ik het zeker: ik ben een bevoorrecht mens. Ik kan met volle overtuiging zeggen dat ik ‘de grote liefde’ in mijn leven heb gekend.
Blijf op de hoogte van nieuwe blogs
Schrijf je hier in, dan mis je niks