banner kate

banner kate

Woorden

over leven

links levensverhalen

De kracht van het hart

“Nee, mama, ik wil niet meer naar de kerk, God bestaat niet!”
“Denk jij dat echt? Waarom denk je dat?”
“Dat zeggen alle kindjes op school!”
“O, maar die weten niet wat jij hebt gevoeld: als jij energie door je armen laat stromen en het uitstraalt naar een pijnlijke plek, dan weet je dat de pijn minder wordt, dat zo’n plek sneller geneest. Waarom werkt het? Misschien wel omdat je die energie langs je hart laat stromen en het zo vult met Liefde. Maar waar komt die energie vandaan? Zou het kunnen dat die energie God is? God die Liefde is, God die in ons hartje woont, waar we contact mee maken zodra we naar ons hartje luisteren?”
Stilte.

“Soms is het niet zo belangrijk om te beslissen of God wel of niet bestaat. Wat wel belangrijk is, is dat je doet wat goed voelt vanuit je hartje. En als jij het gezellig vindt om met de kinderen van de kerk samen zo’n jongerendienst in elkaar te zetten, liedjes of een verhaal te kiezen, daar een spel of kunstwerk bij te maken, dan doe je dat. Zeg maar tegen de kindjes op school dat het niet uitmaakt of God bestaat of niet, maar dat jouw hartje dat gewoon leuk vindt.”
Stilte.

Dit gesprek voerde ik vorige week met mijn zoontje van 9. En gisteravond sloeg ik een boek open dat al lang ongelezen op mijn nachtkastje lag: "The power of the heart" van Baptiste de Pape. Baptiste de Pape? Dat betekent ‘doper van de paus’? Dat is nogal wat om jezelf zo’n naam aan te meten: een boodschap op zichzelf. Op internet vraagt niemand zich af of het zijn echte naam is of een pseudoniem met een boodschap. Of allebei? Laat ik het voor nu ook maar even rusten.

Het idee is niet nieuw: leven vanuit je hart. En het komt voor in veel culturen, religies en filosofische denkrichtingen, zoals Baptiste ook laat zien met talloze citaten. Alleen, toegegeven, we doen het te weinig. Terwijl iedereen het zou willen of op zijn minst beaamt dat het goed zou zijn om te doen. Waarom? Omdat we ons steeds weer laten verleiden door de waan van de dag en al dan niet ingebeelde verwachtingen van anderen. Ik neem me heilig voor om de komende dagen, weken in het boek van Baptiste te gaan lezen hoe ik meer vanuit mijn hart kan gaan leven.

Eigenlijk weet ik dat waarschijnlijk al wel en ben ik al heel lang met het thema bezig. Zo’n beetje sinds mijn studentenpastor Tejo van der Meulen tegen mij zei: “Streep al die woordjes ‘God’ of ‘eeuwige’ of ‘heer’ nu eens door in je Bijbeltekst en vervang ze eens door het woordje ‘Liefde’ (met een hoofdletter). En lees de tekst dan eens opnieuw. Wat staat er dan?” Dat was voor mij een eyeopener die ik nog altijd naleef. Bovenstaand gesprekje met mijn zoontje getuigt ervan.

Maar ik raak er ook even zo vaak weer van verwijderd. En dan raak ik weer verstrikt in zaken die niet goed voor me zijn. Hoe goed voor de wereld deze zaken op zichzelf ook zijn, voor míj zijn ze niet de weg die ik moet bewandelen. Ze zuigen me leeg in plaats van dat ze me energie zouden moeten geven.

Want die les heb ik intussen ook geleerd: als ik de dingen doe die mijn hart me ingeeft, krijg ik daar energie van, ongeacht hoeveel energie ik er ook instop. Misschien wordt ik er fysiek moe van, maar niet mentaal. Dat merk ik heel duidelijk wanneer ik zieke vrienden of vrienden met pijn een Quantum Balance-behandeling geef: dan geef ik ze ongelooflijk veel energie, maar na afloop voel ik me ook gevuld met energie, het stroomt. Dat voel ik ook als ik workshop geef over ‘Schrijven over je Leven’ of wanneer ik mensen één op één begeleid bij het schrijven van hun levensverhaal: daar word ik helemaal blij van, hoe moeilijk het verhaal of het proces soms ook is.

Zo moge het zijn. Ik kijk met blijde verwachting uit naar de rest van het boek van Baptiste en de weg die ik gaan zal. Wat gaat dit met mijn levensverhaal doen en met dat van de mensen om mij heen? Wordt vervolgd.

Power of the heart

Orde en chaos

Mijn huis vindt menig vriendin een rommelbak. Ik ook, maar ik ben er gelukkig.

Mijn moeder was een peutertje toen ze van Jappenkamp naar Jappenkamp moest verhuizen. Op zo’n moment begonnen alle gevangenen door het vrouwenkamp te rennen op zoek naar hun kinderen, hun spullen en de vrachtwagens waar ze in moesten klimmen. Het stof dwarrelde rond tussen al die benen, brullende kinderen en pardoes op de grond vallende spullen en etenswaren. Alleen wat je zelf kon dragen, mocht mee en de rest was je voor altijd kwijt. Mijn moeder leerde heel rap om al haar spulletjes zo geordend te bewaren, dat ze in no time haar koffertje gepakt had en klaar kon staan voor vertrek zonder iets te vergeten.

Zo gaat ze nog steeds op vakantie: alle spulletjes hebben al jaren hun vaste plek in de auto en in de tent en zijn altijd 'inpakklaar': de koffer met schone kleren ligt in de voortent direct naast de binnentent, daarnaast de vuile waszak, daarnaast de krat met kookspullen en daarnaast de box met voorraad. Toen ik eens behulpzaam wilde helpen met inpakken, dwarrelde het stof op achter mijn moeders aan dribbelende voeten, volgen de door mij ingepakte spullen de auto weer uit en lag alles in no time weer op zijn vertrouwde, jaarlijkse plekje. Ik hield dan wijselijk mijn mond.

Jullie snappen hoe mijn kamertje er volgens mijn moeder geacht werd uit te zien toen ik klein was. Alle boekjes keurig op alfabet in de boekenkast, mijn kleren op houten hangertjes in de klerenkast en alle pennen en kleurpotloden in de laatjes van mijn bureautje. Mijn moeders priemende ogen leerden mij van meet af aan nooit iets na gebruik zomaar ergens neer te leggen, maar altijd gelijk neer te leggen waar het hoorde.

En dan snappen jullie ook dat mijn eigen huis nu een gezellige, rommelbak is, waar je continu struikelt over het speelgoed van mijn zoontje, waar ik altijd op zoek ben naar mijn papieren, waar je op zolder niet meer bij de vriezer kunt, omdat de kampeerspullen al maandenlang niet zijn opgeruimd. Dit uiteraard af en toe tot ergernis van mijn Hollandse echtgenoot. En wanneer mijn moeder op bezoek komt? Die houdt dan wijselijk haar mond.

Maar, als ik ’s zomers met man en kind kampeer, staat onze koffer met schone kleren in de voortent direct naast de binnentent, daarnaast de vuile waszak, daarnaast de krat met kookspullen en daarnaast de box met voorraad. Want stel je voor dat er noodweer komt en alles hals over kop de auto in moet…

kamperen met mijn moeder en een vriendinnetje

Achter het kedek

Ik vind iets dat mijn hartje sneller doet kloppen. Toeval bestaat niet. De 40-dagentijd vóór Pasen is van oudsher een periode van ruimte creëren voor bezinning. Ik besteed dit keer veel tijd aan het opruimen van mijn kantoor en computer, wat ik jaren lang van te hard werken, heb verslonsd. Ik merk dat ik gelijktijdig mijn ziel opruim en zo ruimte creëer voor nieuwe dingen. En dan vallen ze zomaar op je pad.

Tussen paperassen uit 2012 tref ik een mij onbekend manuscript zonder auteursvermelding erop. “Probeersels categorieën” staat erop als titel. Ik blader erdoorheen om te zien of ik kan raden van wie het is en of ik er nog iets mee moet.

Bijna poëtisch proza van een man die als klein kind vlak na de Tweede Wereldoorlog uit Nederlands Indië naar Nederland repatrieert. Het doorbladeren verandert in lezen en voor ik het weet, heb ik het hele manuscript ademloos gelezen. Wat kan deze auteur indringend schrijven! Hij schildert een paar heel gestileerde beelden van dramatische kinderherinneringen.

“1947. Pap is in Indië, mamma in het ziekenhuis en ik woon bij oma. We gaan op bezoek bij mamma. Ze kan mij niet zien, omdat ze met gebogen hoofd staat te brullen. Ik bal mijn handen tot één vuist, moet ik er zo mee slaan of bidden? Van achter de deur van mijn kinderkooi, denk ik: ‘Als jij mij niet groet, zul je me ook niet pakken!’
Ik loop weg. Misschien geeft de zuster mij wèl een handje.”

Er volgen een paar ontmoetingen uit een meer recenter verleden waar hij moeite mee had. Maar die na die paar kinderherinneringen zó voorstelbaar zijn.

Ten slotte springt hij naar een ontmoeting in het heden met een dementerende, oudere broer. De twee hebben nooit met elkaar overweg gekund, maar anno 2010 snappen ze waarom in de stilte van de dementie. Blikken zeggen alles. Ze hebben zich beiden altijd verstopt achter hun ‘overlevingskedek’, het Jappenkamphek om hun oosterse hart dat hen als kind beschermde tegen al die moeilijke emoties van het kamp, getraumatiseerde ouders en repatriëring naar een hen onbekend, westers land.

“R. zei vroeger altijd dat mijn auto beter kon, mijn hypotheek voordeliger had gekund, dat ik te veel rookte. Nu kijken we elkaar aan. Ik zie achter zijn ogen een beek van warm water stromen. Door de kijkgaten in zijn kedek zie ik een ontluikende vraag naar medeleven. Voor het eerst zie ik een mooi mens, moe gestreden van het tegenhouden van alle gevoelens van vroeger.”

Wat zou ik de auteur graag zeggen: maak het boek af! We moeten er samen nog wat aan schaven, maar dit kan publicabel worden of ten minste extreem waardevol voor u en uw familie!

Helaas laat mijn geheugen mij in de steek en kan ik niet meer raden wie de auteur is. Wie biedt?

gedek Bankinang

Bron: Zonsopgang & -ondergang in Padang en BAngkinang, Gedenkboek 1942-1945

Wat gaat jouw kind anders doen dan jij?

Als schrijfcoach Levensverhalen stel ik dit soort vragen graag aan mijn klanten. Het levert vaak een lichte toets in een levensverhaal.

In de jaren ’70 sprak mijn moeder met haar vriendinnen afkeurend over mannen van veertig die (vaak in een nieuwe relatie) nog aan een kind begonnen: “dan zit er toch een hele generatie tussen ouder en kind; als ’t kind de deur uit gaat, is ie minstens 60; hoe kan iemand van bijna opaleeftijd zich nog inleven in de wereld van zijn kind?”

Toen ik als 38-jarige een kind wilde, hoorde ik mijn moeder daar niet meer over: de meeste vriendinnen om haar heen waren trotse oma’s van kleinkinderen met ouders in de veertig en hadden aan haar oude opvatting geen boodschap. Saillant detail: mijn eigen broer was achterin de 30 bij de geboorte van zijn zoon en natuurlijk vond ze het geweldig wat zoonlief allemaal met zijn kleine ondernam. En dus kon ik op mijn 38e met een gerust hart gaan nadenken over een zwangerschap; de tijd had het pad voor me geëffend.

Mijn vriendinnen en ik bespraken de dingen toch iets anders: in ‘sharings’ concludeerden wij dat onze indertijd nog jonge ouders toch tamelijk impulsief en naïef aan ons begonnen. Veel ongeplande zwangerschappen in instabiele relaties, die niet lang stand hielden. Dat had zeer zeker zijn weerslag op onze tere zieltjes.
“Dat gaan wij anders doen!” besloten wij indertijd op onze beurt, waarschijnlijk eenzelfde besluit als die onze moeders indertijd namen, terugkijkend op hun eigen opvoeding.

Met elk onze eigen opvoedingsdeukjes begonnen we aan prestigieuze studies en dito carrières, knalden tegen eigen en andermans muren op, belandden op de glijbaan van burnout en therapie en hokten ondertussen met wisselende partners. Maar uiteindelijk werden we dan toch stabiele persoontjes (of niet) met dito relaties (of niet) en wilden daar uiteraard ook nog een stabiel kindje bij. We waren allemaal een flink eind in de 30 of ouder. Met vallen en opstaan leerden wij heel modern onze wensen en grenzen te respecteren, te bespreken en te vervullen zonder daarbij over anderen heen te walsen. Onze kinderen kr(ij)egen die les waarschijnlijk als belangrijkste opvoedingscomponent voor hun kiezen.

En wat zullen onze kinderen tegen elkaar zeggen als zij aan kinderen beginnen en terug kijken op hun eigen opvoeding? Precies:
“Dat gaan wij anders doen!”
Waarschijnlijk zijn ze dan net 18 of zo, want ja, als je 40 bent…

Zo moge het zijn.

DSC 0079 800x494